
Waarom zingeving zwaar overschat wordt — en wat mensen écht nodig hebben om goed te leven
1) Waarom “purpose” plots overal is
De voorbije jaren is “zingeving” (purpose, meaning) een soort wondermiddel geworden. In media, in HR, in coaching, in welzijnstrajecten: als mensen leeglopen, moeten ze “hun why” vinden. Het meest gelezen Bloovi-artikel van 2025 vatte het zelfs samen als: we hebben alles, behalve drive — purpose vinden is dé intrinsieke motivatie voor groei en welvaart.
Ook psychiater Dirk De Wachter legt vaak de link tussen ontkerkelijking, het verdwijnen van bezielende verbanden, een vacuüm, en het toenemen van problemen zoals burn-out en zinloosheid.
Ik begrijp die reflex.
Maar ik ga hem hier tegenspreken — niet om dwars te doen, wél omdat het mensen soms precies verder duwt in wat hen al uitput.
Mijn kernstelling:
Zingeving is geen basisbehoefte en geen startpunt.
Zingeving is meestal een ervaring die volgt op een waardig leven.
2) De verwarring rond zingeving... Zingeving is een ervaring, geen opdracht.
Wanneer mensen zeggen: “Ik mis zingeving,” bedoelen ze zelden dat ze te weinig existentiële filosofie consumeren.
Meestal bedoelen ze iets veel eenvoudigers en veel menselijker:
- “Ik heb geen ruimte om mezelf te zijn.”
- “Ik doe vanalles, maar ik voel geen impact.”
- “Ik word niet echt gezien.”
- “Ik sta de hele tijd op scherp.”
- “Ik leef precies het leven van iemand anders.”
En dán krijg je een extra probleem boven op het eerste:
je krijgt het idee dat je ook nog eens “iets moet vinden” (een purpose, een roeping, een missie) om je beter te voelen.
Dat is een dubbele belasting: je lijdt — en je faalt ook nog eens in het vinden van betekenis.
3) Zingeving prediken schadelijk? Waarom ‘purpose’ zo aantrekkelijk klinkt (en zo misleidend kan zijn)
“Purpose” verkoopt goed omdat het een eenvoudig verhaal biedt:
Vind je why → voel motivatie → krijg energie → bouw een goed leven.
Alleen: dat verhaal verwart vaak gevolg met oorzaak.
In de motivatiepsychologie kennen we al decennia een robuust kader dat wél voorspellende kracht heeft: de psychologische basisbehoeften (autonomie, verbondenheid, competentie). En binnen waardigheidsdenken hoort daar minstens ook rechtvaardigheid/gelijkwaardigheid bij als fundamentele onderlaag.
Wat gebeurt er als die basis er staat?
Dan krijg je vaak vanzelf:
- meer veerkracht
- meer zelfwaarde
- meer energie
- meer betrokkenheid
- en ja… vaker ook méér zingeving
Niet omdat je die “gevonden” hebt.
Maar omdat je leven weer leefbaar wordt.
4) Wat de wetenschap laat zien: zingeving beweegt mee met basisbehoeften
Een sterk voorbeeld is het werk van Martela, Ryan & Steger: zij tonen dat de vervulling van autonomie, competentie en verbondenheid (en in sommige studies ook welwillendheid) sterke voorspellers zijn van meaning in life.
Met andere woorden:
als mensen zich vrijer voelen, zich competenter voelen, en zich verbonden voelen — dan stijgt zingeving meestal mee.
En in discussies over “is X een basisbehoefte?” is er nog een belangrijk punt: een kandidaat-behoefte moet iets unieks toevoegen bovenop die bestaande basisbehoeften. In diezelfde lijn wordt bijvoorbeeld onderzocht of beneficence (positieve impact hebben op anderen) een basisbehoefte is, en hoe je dat onderscheid maakt tussen “need” en “wellness enhancer”.
De implicatie voor “zingeving als basisbehoefte” is pijnlijk eenvoudig:
Als zingeving vooral een samengestelde uitkomst is van autonomie/competentie/verbondenheid (en context/waardigheid), dan is het geen aparte psychologische voedingsstof. Dan is het… de bloem. Niet het water.
5) Het risico: zingeving wordt coping (vermomd als diepgang)
Hier wordt het praktisch relevant.
Als iemands leven niet vrijwillig is (structurele druk, zorglast, financiële stress, toxische werkcontext, relationele onveiligheid), en je zegt:
“Je moet betekenis vinden in dit lijden.”
…dan is de kans groot dat je geen zingeving stimuleert, maar coping:
- een verhaal om het draaglijk te maken
- zonder dat de omstandigheden of basisbehoeften veranderen
Dat kan tijdelijk helpen (mensen zijn ongelooflijk creatief in overleven).
Maar het kan ook toxisch worden: je leert mensen zichzelf aanpassen aan wat hen schaadt.
En dan krijg je de wrange paradox:
ze worden “sterker”, “wijzer”, “zingevingsgezinder”… maar ook leger, bozer of zieker.
6) Over ontkerkelijking, “er zijn voor de ander” en burn-out
Ik wil hier heel zorgvuldig zijn.
Dirk De Wachter wijst op iets dat veel mensen herkennen: het verdwijnen van bezielende verbanden, het gevoel dat we vacuüm opvullen met consumentisme of verdoving, en het belang van verbondenheid en zorg.
Waar ik hem nuanceer:
- Verbondenheid is cruciaal — maar niet als morele eis.
“Er zijn voor de ander” werkt alleen als het ook waardig is: vrijwillig, wederkerig, binnen grenzen, en niet gebouwd op zelfopoffering. - Burn-out is zelden een puur zingevingsprobleem.
Het is vaak een combinatie van langdurige stress + gebrek aan herstel + frustratie van autonomie/competentie/verbondenheid + een context die niet corrigeert. - Zingeving is geen vervanging voor rechtvaardigheid.
Als systemen mensen structureel uitwringen, is “meer purpose” geen antwoord. Dat is een pleister op een wonde die opnieuw wordt opengereten.
7) Een alternatief dat wél werkt: waardigheid → basisbehoeften → zingeving (als gevolg)
Als je mensen écht wil helpen, draai je de pijl om:
Eerst: waardigheid (gelijkwaardigheid + bestaansvoorwaarden).
Dan: basisbehoeften (autonomie, competentie, verbondenheid).
Dán: energie, groei, engagement, en vaak ook… zingeving.
Zoals bij een plant:
Je houdt geen TED-talk over “bloeien”.
Je geeft water, licht en voedingsstoffen.
8) Wat mensen in overlevingsstand écht nodig hebben.
Dus… is zingeving dan onbelangrijk?
Nee. Het is vaak mooi. Soms diep. Soms levensreddend.
Maar het is zelden het juiste startpunt.
Mijn stelling is enkel deze:
Wie zingeving predikt als voorwaarde voor een goed leven, verwart vaak gevolg met oorzaak — en legt extra druk op mensen die al geen ruimte hebben.
Zingeving is geen toets die je moet halen.
Zingeving is vaak wat spontaan opkomt wanneer je weer kunt ademen.
9) Als je dit herkent (Conclusie)
Als jij (of je organisatie) merkt dat mensen leeglopen:
Begin niet met “purpose”.
Begin met de vraag die zelden gesteld wordt:
- Waar verliezen mensen autonomie?
- Waar verliezen ze competentie (meesterschap/impact)?
- Waar verliezen ze echte verbondenheid (gezien worden)?
- Waar is het onrechtvaardig of onwaardig?
En als die basis hersteld wordt, gebeurt er vaak iets bijna saai-simpels:
Mensen krijgen weer energie.
En dan… krijgt het leven vanzelf weer zin.
10) EXTRA:Kaderstuk: “Wie ben ik om dit te zeggen?”
Wie ben ik om Bloovi, consultants of Dirk De Wachter te nuanceren?
Een terechte vraag.
Ik ben geen mediapersoonlijkheid, geen BV en geen goeroe.
Ik leef niet van quotes, maar van toegepaste wetenschap en praktijk.
Mijn werk situeert zich op het kruispunt van:
- motivatiepsychologie
- waardigheid en basisbehoeften
- coaching, onderwijs en organisatiecontexten
- en het begeleiden van mensen die vastlopen — vaak ondanks “goede adviezen”
Wat mij vooral drijft, is deze vaststelling:
Goedbedoelde ideeën kunnen schadelijk worden wanneer ze als universele oplossing worden gepresenteerd.
Zingeving is zo’n idee geworden.
Ik spreek me niet uit tegen zingeving,
maar tegen het idee dat zingeving:
- een basisbehoefte zou zijn
- het startpunt moet zijn van verandering
- of een morele plicht is voor wie het moeilijk heeft
Mijn positie is eenvoudig en toetsbaar:
- Zingeving is een ervaring, geen vereiste
- Ze volgt meestal op waardigheid en basisbehoeften
- En wanneer die basis ontbreekt, wordt “zin geven” vaak coping in plaats van groei
Dat is geen filosofische mening.
Dat is wat consistent zichtbaar wordt in onderzoek én praktijk.
Je hoeft het niet met me eens te zijn.
Maar ik vraag wel dit:
Laat ons alstublieft stoppen met mensen extra belasten met een zoektocht die ze pas kunnen dragen als ze weer mogen ademen.











